Stiefkinderen (vervolg)

In de laatste twee columns heb ik geschreven over “wilsrechten” in het erfrecht, waarbij de conclusie kan worden getrokken dat ingeval van stiefkinderen er altijd een dringende reden is om een testament op te maken. Dit is ook het geval als niet kan worden uitgesloten dat in de toekomst stiefkinderen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld wanneer u alleen zou komen te staan (met of zonder kinderen) en u zou hertrouwen met iemand met kinderen.

Stiefkinderen worden in het erfrecht ook genoemd bij de mogelijkheid van "Gelijkstellen van eigen kinderen met stiefkinderen".
Zijn er stiefkinderen in een (samengesteld) gezin dan heeft de wetgever een voorziening getroffen die vaak wordt toegepast bij jonge gezinnen. In een testament kan namelijk worden bepaald dat de stiefkinderen gelijk gesteld kunnen worden met de eigen kinderen, zodat er in het erfrecht geen verschil bestaat tussen de eigen kinderen en stiefkinderen. Dit kunnen echtgenoten/partners over en weer bij testament regelen. Echtgenoten/partners, vaak van jonge samengestelde gezinnen, willen meestal in hun testament laten opnemen dat de stiefkinderen ook een deel krijgen van de erfenis. Hierdoor hebben de stiefkinderen dan dezelfde juridische positie als de eigen kinderen. Een en ander wordt ook gefaciliteerd door fiscale wetgeving. Dus ook hier kan worden gesteld: ingeval van stiefkinderen overweeg een testament.